20 feb. 2026
Schriftelijke vragen over zwijnen in Berg en Bos
Jarenlang zijn er zwijnen gehouden in park Berg en Bos vanwege de toeristische en educatieve functie voor het publiek. Toen het wettelijk niet meer was toegestaan om wilde zwijnen in gevangenschap te houden, moest de gemeente een oplossing bedenken hoe om te gaan met de bestaande populatie. Deze mocht behouden blijven, mits er geen voortplanting plaatsvindt. In
2024 heeft het college besloten om dit middels een anticonceptievaccinatie te doen.
Op 21 januari heeft u een raadsbrief1 gestuurd. Hierin schrijft u dat anticonceptie via vaccinatie lastig uitvoerbaar is omdat de terugkerende vaccinatierondes onrust geven, er ondanks de anticonceptie toch 3 biggen geboren zijn en het dierenwelzijn onder druk staat door de combinatie van het aantal zwijnen, de beperkte omvang van het verblijf en de samenstelling van de groep. Daarom kondigt u aan dat u gefaseerd mannelijke wilde zwijnen (keilers) uit de groep wilt verwijderen door ze te doden.
In de Raadsbrief van 25 juni 20242 heeft u verschillende methoden beschreven, waarvan afschot of euthanasie een laatste optie zou zijn. U schreef hierover: “Deze optie blijft over als geen enkele andere optie voldoet.” De Partij voor de Dieren is onaangenaam verrast over de keuze die het college nu wil maken en stelt hierover de volgende vragen:
- In 2024 blijkt er uit een artikel in de Stentor3 dat er advies is gevraagd aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Is dat nu opnieuw gedaan? Zo ja, wat zijn volgens deze onderzoekers de oorzaken van de huidige problemen en wat is hun vervolgadvies? Zo nee, waarom niet?
- In de raadsbrief uit 2024 zijn meerdere opties beschreven, zoals andere vormen van onvruchtbaar maken (sterilisatie of castratie), verhuizen van een aantal dieren naar dierenopvang organisaties
of dierenparken met een dierentuinvergunning. Zijn deze opties onderzocht en waarom wordt geen van deze andere opties toegepast? - Is er contact gezocht met opvangorganisaties voor gehouden wilde zwijnen of andere dierenparken die een vergunning hebben om deze dieren te mogen houden om te bekijken wat de mogelijkheden zijn dat de dieren verplaatst worden? Zo ja, bij welke organisaties en wat waren de conclusies? Zo nee, waarom niet?
- Is er contact gezocht met opvangorganisaties, die in het wild levende dieren opvangen en daarna terugplaatsen in de natuur om de mogelijkheden van verwildering en vervolgens terugplaatsing in de natuur te bespreken? Zo ja, bij welke organisaties en wat waren de conclusies? Zo nee, waarom niet?
- In de Stentor staat dat het gaat om 12 van de 16 dieren, die gefaseerd gedood zouden worden. Dit zouden allemaal mannetjes zijn. Is dit aantal correct?
- Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat een aantal dieren gefaseerd doodschieten geen diervriendelijke oplossing is en ook voor heel veel onrust in de groep zorgt? Kan het college uitleggen waarom er dan toch voor deze dieronvriendelijke en onrust brengende methode wordt gekozen?
Introductie voorafgaand aan de beantwoording van de vragen. In de situatie dat wilde zwijnen worden gehouden waarbij jongen worden geboren, zoals voor 2024 altijd het geval was, is het nodig om af en toe dieren uit de groep te halen om de groep niet te groot te laten worden.
De gemeentelijke faunabeheerders beheren de groep vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Daarbij speelt de sociale structuur en de groepsdynamiek een belangrijke rol. Het beheer van de groep is altijd gedaan middels afschot. Dat er nu wordt overgegaan tot afschot heeft niet alleen met de ongewenste geboorte van biggetjes te maken, maar vooral met de samenstelling van en dynamiek in de groep. De mannetjes in de groep worden ouder en brengen steeds meer onrust teweeg. Het grote aantal mannetjes in de groep is onnatuurlijk, normaal gesproken verlaten mannetjes de groep als ze volwassen worden na ongeveer twee jaar.
Vraag 1. In 2024 blijkt er uit een artikel in de Stentor dat er advies is gevraagd aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Is dat nu opnieuw gedaan? Zo ja, wat zijn volgens deze onderzoekers de oorzaken van de huidige problemen en wat is hun vervolgadvies? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Er is contact gezocht, maar dit is niet gelukt. De hoogleraar die destijds is geraadpleegd blijkt niet meer in Nederland werkzaam te zijn. En er was niemand anders bekend bij Diergeneeskunde met deskundigheid over anticonceptie bij wilde zwijnen. Ze raadden ons aan contact te zoeken met een dierentuin dierenarts. Vervolgens is er contact geweest met een dierenarts met jarenlange ervaring in dierentuinen via de organisatie Animal Rights. Deze dierenarts raadde aan om eerst afscheid te nemen van een aantal mannetjes, omdat er daar te veel van zijn, en voor het vervolg een beheerplan te maken.
Vraag 2. In de raadsbrief uit 2024 zijn meerdere opties beschreven, zoals andere vormen van onvruchtbaar maken (sterilisatie of castratie), verhuizen van een aantal dieren naar dierenopvang organisaties of dierenparken met een dierentuinvergunning. Zijn deze opties onderzocht en waarom wordt geen van deze andere opties toegepast?
Antwoord: Andere opties zijn onderzocht, maar niet / minder geschikt gevonden.
• Een andere vorm van onvruchtbaar maken in de vorm van hormonen is afgevallen omdat er dan hormoonstoffen vrijkomen in Natura2000 gebied, omdat andere dieren daar negatieve gevolgen van kunnen ondervinden, en omdat dit negatieve gezondheidseffecten voor de vrouwelijke varkens kan hebben.
• Een andere vorm van onvruchtbaar maken in de vorm van een ‘single dose’ vaccinatie (eenmalige toediening) is afgevallen omdat dit in Nederland niet toegelaten is.
• Een andere vorm van onvruchtbaar maken in de vorm van castratie / sterilisatie is afgevallen omdat operatieve ingrepen altijd het risico van complicaties (infecties) met zich meebrengen. Alle dieren opereren betekent dat dit gefaseerd uitgevoerd zou moeten worden, met naar verwachting veel onrust in de groep. Castratie zou de volwassen mannetjes wel rustiger maken, maar dan nog is zoveel mannetjes in de groep erg onnatuurlijk. In de natuur hebben volwassen mannetjes geen rol in de groep. Tot slot is de castratiewond pijnlijk voor het dier; alle mannetjes castreren is ook uit het oogpunt van dierenwelzijn niet wenselijk.
• Verhuizen naar dierenopvangorganisaties of dierenparken is onderzocht, maar niet gelukt. Een dierenpark in Midden Nederland wilde ze niet hebben. Natuurpark Lelystad wilde wel één mannelijk zwijn overnemen, en is ook twee keer langs geweest met een trailer om een dier op te halen. Het varken wilde niet in de trailer en alle dieren raakten in de stress, zodanig dat we deze verhuizing niet door hebben laten gaan.
• Uitzetten in de natuur is overwogen maar afgevallen omdat dit is verboden, zo is ons meegedeeld door de NVWA.
Vraag 3. Is er contact gezocht met opvangorganisaties voor gehouden wilde zwijnen of andere dierenparken die een vergunning hebben om deze dieren te mogen houden om te bekijken wat de mogelijkheden zijn dat de dieren verplaatst worden? Zo ja, bij welke organisaties en wat waren de conclusies? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: De dierenparken die volgens ons in aanmerking komen zijn benaderd. Gezien de ervaringen met Natuurpark Lelystad is verplaatsing naar een opvangorganisatie geen optie.
Vraag 4. Is er contact gezocht met opvangorganisaties, die in het wild levende dieren opvangen en daarna terugplaatsen in de natuur om de mogelijkheden van verwildering en vervolgens terugplaatsing in de natuur te bespreken? Zo ja, bij welke organisaties en wat waren de conclusies? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Er is geen contact gezocht met opvangorganisaties voor wilde dieren. Gezien de ervaringen met Natuurpark Lelystad, is verplaatsing naar een opvangorganisatie ook geen optie.
Vraag 5. In de Stentor staat dat het gaat om 12 van de 16 dieren, die gefaseerd gedood zouden worden. Dit zouden allemaal mannetjes zijn. Is dit aantal correct?
Antwoord: Het klopt dat 12 van de 16 dieren mannetjes zijn. Het is echter niet de bedoeling om ze alle 12 te doden. We hebben bewust geen aantal genoemd omdat we dit willen laten afhangen van hoe de groep zich ontwikkelt.
Vraag 6. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat een aantal dieren gefaseerd doodschieten geen diervriendelijke oplossing is en ook voor heel veel onrust in de groep zorgt? Kan het college uitleggen waarom er dan toch voor deze dieronvriendelijke en onrust brengende methode wordt gekozen?
Antwoord: Een ultiem diervriendelijke oplossing is er in dit geval niet. We zijn het er niet mee eens dat afschieten heel veel onrust in de groep geeft. In antwoorden op eerdere schriftelijke vragen van uw partij uit 2016 hebben we hier het volgende over geschreven: “Tijdens het afschieten houdt de faunabeheerder alle dieren goed in de gaten. Dit gebeurt tijdens het ochtendgloren, binnen een kwartier is het afschot gebeurd en is het dier ook al afgevoerd. Onze ervaring is dat de overige dieren even opkijken en daarna gewoon verder eten”.