Opinie­ar­tikel Oost­vaar­ders­plassen


18 maart 2010

In de Tweede Kamer heeft woensdag een debat plaatsgevonden over het al dan niet bijvoeren van hongerige dieren in de Oostvaardersplassen. In dit debat hebben verschillende partijen, het dieronvriendelijke CDA met de heer Ormel voorop, de Partij voor de Dieren de oren gewassen vanwege vermeende “dieronvriendelijkheid”. De aanleiding tot deze discussie was een uitzending van EenVandaag vorige week. Hierin was o.a. te zien hoe een ree in een plas water verdronk, verzwakt door voedselgebrek en opgejaagd door de cameraploeg. Dit was een vreselijk beeld. Waarom staat de Partij voor de Dieren dit toe en is zij tegen bijvoeren?

In de eerste plaats is het in de natuur normaal dat zwakke dieren sterven, vooral in moeilijke omstandigheden zoals een harde winter. Dit houdt de populatie gezond en in evenwicht. De verzwakte dieren zoeken vaak een rustig plekje om te sterven, zoals de ree uit EenVandaag. Doordat de cameraploeg het dier stoorde tijdens het sterfproces, is het dier gevlucht en jammerlijk verdronken in een plas. Dit is vreselijk en als ik dit zie, ben ik ook geneigd om meteen op te roepen tot bijvoeren. Het probleem is dat als we nu bijvoeren, de populatie snel zal toenemen. Het CDA, dat nu vindt dat er bijgevoerd moet worden, roept elk najaar weer dat er teveel wilde dieren zijn en dat zij afgeschoten moeten worden. Vaak schieten jagers selectief (vooral grote, sterke mannetjes) zodat de populatie onevenwichtig wordt (veel vrouwtjes en biggetjes). De Partij voor de Dieren is voor een gezonde populatie in evenwicht en wil dat de natuur bepaalt welke dieren sterven. Om die reden is zij tegen de jacht, maar ook tegen bijvoeren. Ik vind het vreselijk wanneer verzwakte dieren sterven, maar ik vind het nog erger wanneer heel veel dieren in de bloei van hun leven worden afgeschoten en de kudde totaal ontwricht raakt.

De Partij voor de Dieren wil echter niet dat de dieren onnodig lijden. Daarom staat zij achter het beleid van Staatsbosbeheer met betrekking tot zwakke dieren in de Oostvaardersplassen. Dit beleid is te lezen op de website van Staatsbosbeheer: “Voor de ontwikkeling en het beheer van de kudden van de grote grazers hanteert Staatsbosbeheer het zogenaamde predatormodel. Dat houdt in dat de beheerder de rol van een natuurlijke predator, zoals wolf of lynx, op zich neemt. Dieren die als gevolg van het natuurlijke selectieproces toch zouden sterven, of die door verwonding of ziekte in een situatie van uitzichtloos lijden zijn gekomen, worden gedood”. De emotionele dierenarts die tijdens de uitzending van EenVandaag zich beklaagde omdat dieren niet uit hun lijden mochten worden verlost, had het dus verkeerd. Verzwakte dieren uit hun lijden verlossen past uitstekend binnen het beleid van Staatsbosbeheer. Wanneer blijkt dat dit beleid onvoldoende wordt uitgevoerd, dan is het nodig om hieraan aandacht te besteden.

De Partij voor de Dieren heeft diervriendelijkheid heel hoog in het vaandel staan. Het op dit moment krokodillentranen huilende CDA mag de PvdD graag belachelijk maken en in het geval van de Oostvaardersplassen als dieronvriendelijk bestempelen. Feit is dat we het CDA niet horen over wat zij wil doen aan werkelijk, grootschalig dierenleed: het beeindigen van het ondraaglijke lijden van de 450 miljoen dieren in de intensieve veehouderij. Want als iets mij echt heel verdrietig en emotioneel maakt, dan is dat de manier waarop wij miljoenen dieren in te kleine hokken stoppen, zonder dat zij naar buiten mogen en een kort en ellendig leven hebben. Een schande!

Jeanco Lapierre Armande, Partij voor de Dieren, Apeldoorn

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief