Politiek houdt moeite met luizen in de pels


8 december 2011

Sommige partijen in de Apeldoornse politiek hebben structureel moeite om om te gaan met tegengas binnen de gemeenteraad. Dat is zorgelijk.
door Johannes Rutgers
Kritiek kan ongelegen komen, is soms pijnlijk, soms misplaatst. Maar kritiek zou in elk geval serieus aangehoord en afgewogen moeten worden en, zo nodig, met argumenten weerlegd. Dat gebeurt echter lang niet altijd binnen de Apeldoornse gemeenteraad.
In die raad maken CDA, VVD en PvdA al decennia de dienst uit, elke vier jaar aangevuld met een of twee kleinere partijen. De overige kleintjes verzorgen de oppositie. De omgangsvormen in de raad zijn in elk geval op het eerste gezicht goed. In hun houding echter laten leden van de machtspartijen zich geregeld kennen.
Vier jaar geleden stapten alle wethouders op nadat duidelijk was geworden hoe de gemeentelijke top het bedrijf Reesink had tegengewerkt. De Apeldoornse politiek veroordeelde eensgezind de handelwijze van enkele bestuurlijke en ambtelijke kopstukken. In de kantlijn werd nauwelijks opgemerkt dat inmiddels wijlen Theo van Swol, oprichter van de politieke partij Gemeentebelangen, al jaren had gewaarschuwd dat Apeldoorn de verkeerde wegen bewandelde in deze kwestie. Terugkijkend op zijn wrange gelijk, stelde Van Swol in januari 2006 in deze krant dat het hem niet ging om dat gelijk achteraf. ,,Ik had gewenst dat men in een veel eerder stadium de moeite had genomen te denken: slaat dat ergens op, wat die Van Swol daar roept? Dat gebrek aan kritische houding is wat me zorgen baart.''
Het ironische is dat Van Swol bij leven anno 2011 die hartenkreet herhaald zou kunnen hebben.
Door de affaire Reesink werden wel belangrijke lessen geleerd. Er werd een cultuurverandering binnen het stadhuis in gang gezet. Een van de aspecten daarbij was dat 'tegenspraak' de ruimte moest krijgen, indien nodig zelfs georganiseerd moest worden. Met andere woorden: ruim baan voor een andere blik en een kritische noot.
Met een verfrist college van burgemeester en (enkele nieuwe) wethouders als boegbeeld werd die verandering ingezet, ook binnen de ambtelijke organisatie. Maar nota bene binnen delen van de gemeenteraad zelf lijkt er een cultuur te bestaan waarin die tegenspraak in de praktijk niet serieus wordt genomen.
Sommigen lukt het zelfs achteraf niet om ruimte te geven aan andermans (gedeeltelijk) gelijk. Vorige week donderdag besprak de raad de huidige financiële ellende van de gemeente. Harry Voss, die met één zetel de Partij voor de Dieren vertegenwoordigt, kon het begrijpelijkerwijs niet laten even terug te wijzen naar begin 2010. In de aanloop naar de verkiezingen voor de gemeenteraad was het de PvdD die (overigens samen met de PvdA) herhaaldelijk stellig waarschuwde over het Apeldoorns grondbedrijf en gemeentelijke ambities. Miljoenenhandel in bouwgrond en grote nieuwbouwplannen jaagden Voss en de zijnen schrik aan. Pas op de plaats, bepleitte de PvdD. Voss en ook PvdA-leider Ton Kunneman werden er zo ongeveer met pek en veren om aan de kant gezet. Anderhalf jaar later is de miljoenenhandel uitgemond in miljoenenverlies en moeten nieuwbouwplannen aangepast.
Voss herinnerde afgelopen donderdag ook hoe zijn partij, eenmaal gekozen, later in politieke vergaderingen nog een paar keer als politieke kleuter opzij is gezet.
Tenenkrommend was vervolgens de reactie van CDA'er Gerhard Bos, die donderdag als fractievoorzitter van de grootste partij de raad voorzat. ,,Ik had eigenlijk nog een opmerking over de dieren verwacht'', zo poetste hij met een lollige opmerking het verhaal van Voss meteen aan de kant. Even daarvoor had zijn partijgenoot Peter Buijserd al een sneer uitgedeeld aan Gemeentebelangen, een van de andere luizen in de pels.
Bescheidenheid had de CDA'ers beter gepast. Het is namelijk hun partij die in de bewuste verkiezingsperiode nog beloofde dat Apeldoorn wel even honderden starterswoningen zou gaan bouwen. Een belofte in maart 2010, toen de economische crisis volop was losgebarsten, particuliere ontwikkelaars al inzagen dat de gouden tijden voorbij waren en ambtenaren van de gemeente - zo bleek onlangs - intern waarschuwden dat Apeldoorn teveel hooi op de vork nam.
Het gebeurt geregeld dat raadsleden van partijen die in Apeldoorn de dienst uitmaken, kritiek van anderen afdoen met theatraal hoofdschudden, een 'grap', hoongelach of politiek spierballenvertoon. Als excuus klinkt dat bijvoorbeeld Gemeentebelangen wel heel vaak heel kritisch is en overal de sombere kant van opzoekt. Of dat een nieuw raadslid een opmerking maakt die helemaal niet aan de orde is. Voor de oppositie is het daarom belangrijk kennis van zaken te hebben en het kritisch vermogen gericht in te zetten, en niet te verzanden in breed negativisme.
Tegelijk lukt het partijen als SGP en GroenLinks wél om hoe dan ook te allen tijde respect op te brengen en op basis van argumenten het debat aan te gaan. Want dat iemand wel eens de plank volledig misslaat, is geen reden om hem of haar de volgende drie keer niet serieus te nemen. De machtspartijen zouden de luizen in hun pels wat meer moeten koesteren. De affaire Reesink en het huidige miljoenendebacle bij het grondbedrijf mogen daarvoor genoeg argumenten zijn.

Johannes Rutgers volgt als verslaggever van de Stentor/Apeldoornse Courant de Apeldoornse politiek.

De Stentor, 08-12-2011

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief