Schrif­te­lijke vragen over schuil­stallen in buiten­gebied


5 maart 2015

Aankomende donderdag wordt een petitie ingediend om schuilstallen in het buitengebied
beter mogelijk te maken. De Partij voor de Dieren stelt hierover de volgende vragen:


1. Als kleinschalige houders van paarden, ezels, koeien, schapen of geiten in een weiland in
het buitengebied een verzoek doen om daar een schuilgelegenheid te bouwen voor de
dieren. Hoe wordt op een dergelijk verzoek gereageerd, welke processtappen worden
doorlopen, hoe wordt er met deze houders meegedacht om op een goede wijze dieren te
kunnen houden en onder welke voorwaarden wordt dit toegestaan?


2. In het verleden is er in een inspraakreactie verzocht om de mogelijkheid voor een
schuilstal op te nemen in een bestemmingsplan. Hieraan is destijds tegemoet gekomen met
als overweging dat schuilstallen in de toekomst mogelijk gemaakt gaan worden. In de
overweging staat te lezen: “In de regels wordt bepaald om buiten het bouwvlak stalruimte
voor hobymatig gebruik met een maximale oppervlakte van 25 m2 te kunnen oprichten.
Deze regeling voor schuilgelegenheden wordt in alle plannen voor het buitengebied
opgenomen.” In hoeverre is deze regeling al opgenomen in de verschillende
bestemmingsplannen van het buitengebied en welke voorwaarden zijn hieraan verbonden?


3. We hebben tevens begrepen dat er in nieuwe bestemmingsplannen een nieuwe
functiebepaling wordt opgenomen “hobbymatig weiden van vee”. Is dit correct en wat
betekent deze nieuwe functiebepaling voor de mogelijkheden van het plaatsen van
schuilstallen voor het hobbymatig gehouden vee?


4. De gemeente Wijchen heeft een beleidsnotitie schuilstallen opgesteld om tegemoet te
komen aan de wens van inwoners om hobbymatig dieren te kunnen houden in het
buitengebied. Deze beleidsnotitie wordt geroemd door diverse dierenorganisaties. De
gemeente Brummen heeft in haar bestemmingsplan buitengebied 2008 een regeling
omtrent schuilstallen opgenomen. Volgens de initiatiefnemer van de petitie zou deze
regeling tegemoetkomen aan de wensen van inwoners die hobbymatig dieren in het
buitengebied willen houden. Als de gemeenteraad zou voorstellen om de
bovengenoemde beleidsnotitie of de regeling uit het bestemmingsplan over te
nemen, wat ziet het college als voor- en nadelen daarvan?


5. In de brochure schuilstallen in het buitengebied van de Dierenbescherming, Nederlandse
Belangenvereniging van Hobbydierhouders en Landelijk Kennisnetwerk Levende Have staat
dat veel gemeenten schuilstallen niet toestaan om verrommeling van het landschap tegen te
gaan terwijl dit vaak tot het tegenovergestelde leidt. Hoe staat het college tegenover het
argument dat het verbieden van schuilstallen juist leidt tot verrommeling?


6. In hoeverre is verrommeling een argument in het gemeentelijke ruimtelijke
ordeningsbeleid ten aanzien van het al dan niet toestaan van schuilstallen?


7. Verleent de gemeente wel eens (binnenplanse) ontheffingen voor het bouwen van
schuilstallen? Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo nee, waarom niet?


8. Is bekend in hoeverre er behoefte is aan schuilstallen in het buitengebied en hoeveel
illegale schuilstallen reeds aanwezig zijn in de gemeente Apeldoorn? Zo ja, wat is hierover
bekend en hoe wordt hiermee omgegaan? Zo nee, bent u bereid om naar aanleiding van de
petitie de behoefte en de reeds aanwezige schuilstallen in kaart te brengen en in overleg te
gaan met de houders van hobbymatig gehouden dieren over de mogelijkheden van
(legalisering van) schuilstallen?


9. Maakt de gemeente in het beleid onderscheid tussen stalruimte (bouwwerken) en
schuilgelegenheid? Zo ja, welke verschillen? Zo nee, waarom niet?


10. Van de indiener van de petitie hebben we begrepen dat het bouwen van een stal alleen
mogelijk is als iemand over minimaal 10.000 m2 grond beschikt. Is dit correct? Zo ja,
waarom is hiervoor gekozen?


11. Heeft het college suggesties om beter te kunnen faciliteren in het toestaan van
schuilstallen, waarbij rekening wordt gehouden met de ruimtelijke inpassing (geen
verrommeling)?

Namens de fractie van PvdD Apeldoorn,
M. Moulijn, waarnemend fractievoorzitter

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief