Vraag

17 apr. 2025

Schriftelijke vragen over de voortgang van de herontwikkeling van de gronden rondom Riant/Spelderholt Noord en Zuid.

Geacht college, 

De fracties van de ChristenUnie, Partij voor de Dieren en Beter voor Apeldoorn hebben vragen over de voortgang van de herontwikkeling van de gronden rondom Riant/Spelderholt Noord en Zuid. Naar aanleiding van de vorig jaar besproken plannen willen wij graag duidelijkheid over de status van dit dossier en de gevolgen van de keuzes van de ontwikkelaar voor de omgeving.

 Daarom stellen wij u de volgende schriftelijke vragen: 

Geruime tijd is de bestemmingssituatie rondom de stallen en horeca Riant, niet in lijn met het bestemmingsplan. Ook is de situatie rondom de voormalige nertsenhouderij gevaarlijk vanwege instortingsgevaar en asbest. 

1. Wat kan het college melden over de status van de ontwikkelingen bij Riant en de nertsenfokkerij op dit moment?

a) Welke termijnen verwacht het college dat de initiatiefnemer heeft ten aanzien van besluitvorming door de gemeenteraad? 

b) Welke wensen heeft het college aan de initiatiefnemer meegeven ten aanzien van de planvorming van de verschillende gebieden, ook naar aanleiding van de raadsconsultatie? 

c) Hoe verloopt het contact met de initiatiefnemer? 

d) Hoe realistisch acht het college ruimtelijke ontwikkelingen op genoemde locaties in het kader van stikstofproblematiek. Is legalisatie op punten überhaupt haalbaar in dit licht? Het college spreekt in haar raadsbrief over de wens van een totaaloplossing en één ruimtelijke procedure vanwege de verbondenheid. 

2. Hoe staat dit in verhouding tot het terrein van de voormalig nertsenfokkerij? 

a) Welke stappen heeft de initiatiefnemer gezet om te komen tot een sanering van de grond?

 b) Op welke wijze heeft het college druk uitgeoefend om te komen tot een sanering? 

c) Hoe is het college voornemens te acteren om ervoor te zorgen dat deze gronden zo snel mogelijk gesaneerd worden; is een handhavingstraject hier onderdeel van en hoe ziet dit eruit? 

De stilstaande ontwikkeling heeft impact op omgeving en omwonenden; en gebruikers van de weg Spelderholt. 

3. Welke positie heeft het college ten aanzien van de ontwikkelingen en de omgeving? 

a) Hoe worden door het college en de initiatiefnemer, de belangen van omwonenden meegenomen en meegewogen in de besprekingen? 

b) Welke status heeft en krijgt de weg ‘Spelderholt’ ten aanzien van het openbaar gebruik? Gelet ook op het openbare karakter van toegangsweg, fietsroute en wandelverbinding? 

c) Hoe wordt het onderhoud van de weg en bermen van de weg ‘Spelderholt’ gemonitord en welke invloed kan en wil het college hieromtrent uitoefenen op de ontwikkelaar? 

Om lering te kunnen trekken uit dit traject vragen wij ons het onderstaande af: 

4. Er zijn in het verleden afspraken gemaakt met de ontwikkelaar waarbij sanering van gronden, ontwikkeling van woningen en ontwikkelen van natuur met elkaar samenhingen. Wij merken op dat er woningbouw ontwikkeld is, maar dat de sanering en de natuurteruggave niet in samenhang gerealiseerd is. Hoe kijkt het college terug op het gehele traject, wat is er misgegaan (qua afspraken) en op welke wijze acteert het college naar andere ruimtelijke trajecten om dit in de toekomst te voorkomen?

 Peter Kranenburg ChristenUnie 

Maaike Moulijn Partij voor de dieren

 Antoon Huigens Beter voor Apeldoorn

Beantwoording vragen:

1. Wat kan het college melden over de status van de ontwikkelingen bij Riant en de nertsenfokkerij op dit moment?
Antwoord: Bij brief van 22 april 2025 is uw raad op de hoogte gebracht van ons standpunt dat wij onder voorwaarden bereid zijn om een procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan op te starten. Voor de inhoud van het verzoek wordt verwezen naar de raadsbrief met daarbij behorende bijlagen.

a) Welke termijnen verwacht het college dat de initiatiefnemer heeft ten aanzien van besluitvorming door de gemeenteraad?
Antwoord: Op 15 mei 2025 staat de hierboven genoemde raadsbrief voor consultatie op de agenda van de PMA. Indien na consultatie een procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan wordt gestart, dan zal het tenminste een jaar duren voordat het plan ter besluitvorming aan uw raad wordt aangeboden. Kanttekening hierbij is dat wet- en regelgeving zich niet moet verzetten tegen het plan. Daarnaast kunnen ingediende zienswijzen ervoor zorgen dat het besluitvormingsproces langer duurt.

b) Welke wensen heeft het college aan de initiatiefnemer meegeven ten aanzien van de planvorming van de verschillende gebieden, ook naar aanleiding van de raadsconsultatie?
Antwoord: De aandachtspunten zoals door uw raad aangegeven in de PMA van 1 februari 2024 zijn door ons meegegeven als wensen richting initiatiefnemer.

c) Hoe verloopt het contact met de initiatiefnemer?
Antwoord: In de periode tussen de behandeling in de PMA en dit moment hebben verschillende overleggen met initiatiefnemer plaatsgevonden.

d) Hoe realistisch acht het college ruimtelijke ontwikkelingen op genoemde locaties in het kader van stikstofproblematiek. Is legalisatie op punten überhaupt haalbaar in dit licht?
Antwoord: Wij hebben als voorwaarde meegegeven dat wet – regelgeving zich niet mogen verzetten tegen het plan. Hieronder valt ook de door u genoemde stikstofproblematiek.

Het college spreekt in haar raadsbrief over de wens van een totaaloplossing en één ruimtelijke procedure vanwege de verbondenheid.

2. Hoe staat dit in verhouding tot het terrein van de voormalig nertsenfokkerij?
a) Welke stappen heeft de initiatiefnemer gezet om te komen tot een sanering van de grond?
Antwoord: Op dit moment zijn er nog geen stappen door initiatiefnemer ondernomen om de grond te saneren.

b) Op welke wijze heeft het college druk uitgeoefend om te komen tot een sanering?
Antwoord: Wij hebben een last onder dwangsom opgelegd om de asbest te saneren. Aan deze last is niet door initiatiefnemer voldaan. Gelet hierop is recent een nieuwe last onder dwangsom opgelegd met een hogere dwangsom om zo de sanering van de asbest af te dwingen.

c) Hoe is het college voornemens te acteren om ervoor te zorgen dat deze gronden zo snel mogelijk gesaneerd worden; is een handhavingstraject hier onderdeel van en hoe ziet dit eruit?
Antwoord: Zie hiervoor beantwoording onder 2.b.

De stilstaande ontwikkeling heeft impact op omgeving en omwonenden; en gebruikers van de weg Spelderholt.

3. Welke positie heeft het college ten aanzien van de ontwikkelingen en de omgeving?
Antwoord: Wij zijn onder voorwaarden bereid om de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan op te starten. Eén van de voorwaarden is dat een participatieproces wordt doorlopen. Met dit participatieproces wordt de omgeving actief betrokken.

a) Hoe worden door het college en de initiatiefnemer, de belangen van omwonenden meegenomen en meegewogen in de besprekingen?
Antwoord: Initiatiefnemer heeft bij de eerdere planvorming aan participatie gedaan. Het plan zoals nu voorligt is het resultaat van deze participatie en de aandachtspunten zoals door uw raad meegegeven in de PMA van 1 februari 2024. Opgemerkt wordt dat wij als voorwaarde heeft meegegeven aan het opstarten van de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan dat een goed participatieproces moet worden doorlopen.

b) Welke status heeft en krijgt de weg ‘Spelderholt’ ten aanzien van het openbaar gebruik? Gelet ook op het openbare karakter van toegangsweg, fietsroute en wandelverbinding?
Antwoord: Aan de status van de weg ‘Spelderholt’ wijzigt niets, het is en blijft een weg voor openbaar gebruik.

c) Hoe wordt het onderhoud van de weg en bermen van de weg ‘Spelderholt’ gemonitord en welke invloed kan en wil het college hieromtrent uitoefenen op de ontwikkelaar?
Antwoord: De wegen en bermen zijn op dit moment in eigendom van initiatiefnemer. In het verleden is overeengekomen dat na volledige ontwikkeling van het Spelderholt de weg in eigendom overgaat naar de gemeente Apeldoorn. De gemeente Apeldoorn wordt dan ook verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Voordat een weg wordt overgenomen door de gemeente Apeldoorn zal eerst aangetoond moeten worden dat deze weg voldoet aan de eisen die de gemeente Apeldoorn stelt aan de openbare ruimte. Zolang initiatiefnemer nog eigenaar is van de weg en bermen is deze verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan.

Om lering te kunnen trekken uit dit traject vragen wij ons het onderstaande af:

4. Er zijn in het verleden afspraken gemaakt met de ontwikkelaar waarbij sanering van gronden, ontwikkeling van woningen en ontwikkelen van natuur met elkaar samenhingen. Wij merken op dat er woningbouw ontwikkeld is, maar dat de sanering en de natuurteruggave niet in samenhang gerealiseerd is. Hoe kijkt het college terug op het gehele traject, wat is er misgegaan (qua afspraken) en op welke wijze acteert het college naar andere ruimtelijke trajecten om dit in de toekomst te voorkomen?
Antwoord: Ten tijde van het opstarten van de planvorming op het Spelderholt was het nog niet mogelijk om afspraken met betrekking tot het ontwikkelen van natuur als voorwaardelijke verplichting op te nemen in bestemmingsplannen. De samenhang tussen woningbouw en natuurversterking ontbrak hiermee. Deze mogelijkheid is er inmiddels wel. In het geval er sprake is van natuurontwikkeling wordt dit als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan (nu omgevingsplan). Meestal houdt een dergelijke verplichting in dat binnen een bepaalde periode voldaan moet worden aan de realisatie van de landschappelijke inpassing / versterking. Gebeurd dit niet, dan kan hierop bestuursrechtelijk gehandhaafd worden.
In het nieuwe plan voor Spelderholt zullen we gebruik maken van de mogelijkheid om natuurontwikkeling en -versterking als voorwaardelijke verplichting op te nemen in het omgevingsplan. Dit zullen wij ook doen bij andere projecten, voor zover relevant.