Schrif­te­lijke vragen over bomenkap in en rond Apeldoorn


Apeldoorn helpt groene karakter om zeep met kaalkap

Het kapseizoen draait weer op volle toeren. Op verschillende plekken rond en in Apeldoorn is er sprake van een complete kaalslag. Bijvoorbeeld in de bermen van de A1 waar Rijkswaterstaat honderden bomen heeft gekapt. Of langs de Arnhemseweg (N788) waar de provincie een groot aantal bomen heeft gekapt. Hoewel deze bomen niet gekapt zijn door de gemeente, staan deze bomen wel op Apeldoorns grondgebied waardoor dit een negatieve uitstraling heeft op het groene imago van Apeldoorn.

Ook in Apeldoorn zelf is er ophef: mails van bezorgde inwoners wijzen op de kaalslag rond de vijvers in de Matenhoeve. Ook is er ophef ontstaan rond snoeiwerk in Apeldoorn-Noord. Het tempo van ontbossing ligt ontzettend hoog in Nederland. Een oud-directeur van Staatsbosbeheer spreekt over “onnodige houtkap”.

Apeldoorn is een bomenstad met een groen karakter, maar bij elke ruimtelijke ingreep zien we Apeldoorn minder groen worden. Omdat wij ons zorgen blijven maken over natuur, bomen(kap) en klimaat stelt de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

  1. Wat vindt het college er van dat er door andere wegbeheerders zoveel gekapt wordt op Apeldoorns grondgebied?
  2. De kap rond de A1 heeft geleid tot veel verontwaardiging in Ugchelen. Wat zijn de gevolgen van de grootschalige kap in de bermen van de A1 voor de luchtkwaliteit en de geluidsoverlast in Ugchelen? Kan het college hier iets tegen doen door eigen maatregelen te nemen? Of door te lobbyen bij Rijkswaterstaat en provincie?
  3. Bomen zijn hard nodig in de strijd tegen klimaatverandering. Is het college het met ons eens dat het bosareaal in Apeldoorn niet moet afnemen, maar juist moet toenemen? Zo ja, hoe gaat het college hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?
  4. Ook aan particulieren kan een herplantplicht worden opgelegd. Hoe controleert en handhaaft de gemeente dit?
  5. Hoe vaak wordt een boom gekapt vanwege zogenaamde overlast door vruchtdracht, vogels, insecten of schaduw(werking)
  6. Hoewel er vanuit de wijk Berg en Bos zorgen zijn geuit over het aantal bomen dat in de buurt wordt gekapt valt het op dat er juist in deze wijk veel kapvergunningen worden verleend. Hoe ziet het college dit?
  7. De titel “European City of Trees” lijkt te conflicteren met de grootschalige bomenkap in en rond Apeldoorn. Om inwoners gerust te stellen zou het goed zijn als er een bomenteller (tree dashboard) gemaakt zou worden voor de gemeente Apeldoorn vanaf het ijkpunt dat gebruikt is voor de titel. Wat vind de gemeente van dit idee en gaat zij dit ontwikkelen? Waarom wel/niet?
  8. Sinds 2006 kent de gemeente Apeldoorn een Groene Kluis: een compensatieregeling waarmee bos- en natuurbestemmingen kunnen worden gerealiseerd. Hoeveel zit er nog in de Groene Kluis en wanneer is de gemeente van plan deze middelen uit te geven?
  9. Afgelopen jaar was Apeldoorn de European City of Trees. Gaat de gemeente nog iets doen om deze titel te vereeuwigen? Bijvoorbeeld het aanleggen van een voedselbos of een klimaatbos?

Arjan Groters

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 8 apr. 2019

Het kapseizoen draait weer op volle toeren. Op verschillende plekken rond en in Apeldoorn is er
sprake van een complete kaalslag. Bijvoorbeeld in de bermen van de A1 waar Rijkswaterstaat
honderden bomen heeft gekapt. Of langs de Arnhemseweg (N788) waar de provincie een groot aantal
bomen heeft gekapt. Hoewel deze bomen niet gekapt zijn door de gemeente, staan deze bomen wel
op Apeldoorns grondgebied waardoor dit een negatieve uitstraling heeft op het groene imago van
Apeldoorn.
Ook in Apeldoorn zelf is er ophef: mails van bezorgde inwoners wijzen op de kaalslag rond de vijvers
in de Matenhoeve. Ook is er ophef ontstaan rond snoeiwerk in Apeldoorn-Noord1. Het tempo van
ontbossing ligt ontzettend hoog in Nederland2. Een oud-directeur van Staatsbosbeheer spreekt over
“onnodige houtkap”3.
Apeldoorn is een bomenstad met een groen karakter, maar bij elke ruimtelijke ingreep zien we
Apeldoorn minder groen worden. Omdat wij ons zorgen blijven maken over natuur, bomen(kap) en
klimaat stelt de Partij voor de Dieren de volgende vragen:


1. Wat vindt het college er van dat er door andere wegbeheerders zoveel gekapt wordt op
Apeldoorns grondgebied?

Antwoord: het beheer van boomstructuren ligt bij de grondeigenaar en gaat -wanneer nodig zoals in geval van grote projecten- altijd in goed overleg. Er worden nooit zonder reden bomen gerooid, aan kap liggen uitlegbare redenen ten grondslag: vanuit (natuur)beheer, herinrichting of veiligheidsbelang. Met name langs wegen speelt dit laatste een zware rol: hier hebben alle terreinbeheerders te maken met verkeersveiligheid en in meer of mindere mate met natuurbrandveiligheid. Ook de bestrijding van ziektes en plagen speelt een rol, zoals recent de letterzetter (keverplaag bij fijnsparren).
Kap gebeurt alleen wanneer een boom gevaarlijk wordt of er een onbeheersbare plaag uitbreekt als de “haard” niet gekapt wordt. De benodigde vergunningen worden altijd aangevraagd en er wordt volgens protocol gewerkt, waaronder de gedragscodes Wet natuurbescherming.
Zowel het college als andere terreinbeheerders zoals Rijkswaterstaat onderschrijven dat boomstructuren essentiële dragers van het landschap zijn. We erkennen dat er deze winter in verhouding meer gekapt wordt, vanwege bovengenoemde redenen, maar streven ernaar deze dragers duurzaam in stand te houden. Dat gebeurt door beheer, herplant, natuurlijke verjonging en aanleg van nieuwe structuren.

2. De kap rond de A1 heeft geleid tot veel verontwaardiging in Ugchelen4. Wat zijn de gevolgen
van de grootschalige kap in de bermen van de A1 voor de luchtkwaliteit en de geluidsoverlast
in Ugchelen? Kan het college hier iets tegen doen door eigen maatregelen te nemen? Of door
te lobbyen bij Rijkswaterstaat en provincie?

Antwoord: Bosbeheer is altijd een afweging tussen verschillende belangen, tussen korte en lange termijn en de effecten op de omgeving. In het geval van de A1 weegt natuurbrandpreventie zeer zwaar. Het klopt dat naaldbomen meer fijnstof afvangen dan loofhout, maar het gaat hier slechts om het verwijderen van een aantal groepen naaldbomen, welke worden vervangen door loofhout. Dat in relatie tot de zeer brede bosstroken tussen rijksweg en bebouwing, heeft naar verwachting een nihil effect op luchtkwaliteit en geluid.
Rijkswaterstaat geeft i.o.m. de gemeente prioriteit aan brandveiligheid. We zien een toename van lange droge periodes in de zomer, waarbij het risico op natuurbrand substantieel verhoogt. Om dit beheersbaar te maken, heeft de VNOG de Veluwe opgedeeld in compartimenten die gescheiden worden door brandsingels van loofhout. Daarmee is een mogelijke natuurbrand beter te stoppen: loofhout dooft brand, terwijl naaldhout tot op 70 meter van de brandhaard spontaan kan ontvlammen.
Het college staat volledig achter de maatregelen die Rijkswaterstaat in dit kader neemt in de bermen van de A1, hoe drastisch deze nu ook lijken. Op de rijkswegen is de kans op het ontstaan van brand, bijvoorbeeld door een ongeluk, zeker niet ondenkbaar. Door de bermen om te vormen tot brandsingels, vliegt de brand niet direct over naar het achterliggende bos, de woonwijken en verzorgings- en ziekenhuizen. Zowel Rijkswaterstaat, de VNOG en de gemeente hebben regelmatig contact met bewoners en dorpsraad Ugchelen om hen over dit project in te lichten. Binnenkort volgt een extra presentatie door gemeente en VNOG in de vergadering van de dorpsraad over dit onderwerp.

3. Bomen zijn hard nodig in de strijd tegen klimaatverandering. Is het college het met ons eens
dat het bosareaal in Apeldoorn niet moet afnemen, maar juist moet toenemen? Zo ja, hoe
gaat het college hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: ja, het college onderschrijft dit. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van bestaande bossen geregeld, waardoor het bosareaal niet afneemt. De provincie is hiervoor het bevoegd gezag. Daarnaast voegen gemeente en provincie waar mogelijk bos toe, zoals ruim 20 ha nieuw bos in het Beekbergse broek. Verder zijn via de Subsidieregeling Landschap de afgelopen vier jaar meer dan 100 erven aangeplant met bomen en bosjes: een vervolg hierop voor de komende vier jaar is aangevraagd en momenteel in procedure bij de provincie. Verder bouwen we in de bebouwde kom nieuw bos op kleine schaal zoals de Tiny forests. Hiervan is er al 1 aangelegd in Zevenhuizen, komend najaar volgen er nog 3. Ten slotte versterken we vanuit het Groenplan onze groenstructuren -lanen, beekbossen, parken- in stad, dorpen en buitengebied.


4. Ook aan particulieren kan een herplantplicht worden opgelegd. Hoe controleert en handhaaft
de gemeente dit?

Antwoord: de behandelende WABO-ambtenaren zijn dagelijks in het veld voor de beoordeling van kapaanvragen. Ze controleren dan tevens of opgelegde herplant wordt nagevolgd en of geweigerde kapaanvragen worden gerespecteerd.

5. Hoe vaak wordt een boom gekapt vanwege zogenaamde overlast door vruchtdracht, vogels,
insecten of schaduw(werking)?

Antwoord: in de gebieden waar een kapvergunningsplicht geldt is dat zeer zelden het geval. We verlenen alleen een kapvergunning bij zeer extreme overlast waardoor onevenredig veel schade voor de individu optreedt. Onomkeerbaarheid van schade en/of het niet kunnen voorkomen van schade zijn daarbij belangrijke aanvullende argumenten. Bij de aanvraag wordt overlast wel vaak aangedragen, maar meestal afgewezen. Jurisprudentie ondersteunt dit: periodieke overlast door zaden en vruchten is te aanvaarden overlast, het hoort bij de natuur. Ieder boom heeft immers vruchtdracht en veroorzaakt schaduw, die als overlast kan worden ervaren. Anderzijds zorgt schaduw voor demping van urban heating.
Voor de witte gebieden is niet bekend hoeveel bomen worden gekapt vanwege overlast, de gemeente geeft hier vrijheid: hier geldt, behalve voor Bijzondere bomen, geen kapvergunningplicht.

6. Hoewel er vanuit de wijk Berg en Bos zorgen zijn geuit over het aantal bomen dat in de buurt
wordt gekapt valt het op dat er juist in deze wijk veel kapvergunningen worden verleend. Hoe
ziet het college dit?

Antwoord: omdat de hele wijk Berg en Bos in de Groenstructuur ligt en hier daarom de kapvergunningplicht geldt, komen alle (grotere) te kappen bomen langs het WABO-loket. Voor de witte gebieden geldt deze plicht niet, dus worden hiervoor geen vergunningen aangevraagd/verleend. Het aantal bomen kan evengoed hetzelfde zijn. Het verschil in kapvergunningplicht vertekent daarmee het beeld.

7. De titel “European City of Trees” lijkt te conflicteren met de grootschalige bomenkap in en
rond Apeldoorn. Om inwoners gerust te stellen zou het goed zijn als er een bomenteller (tree
dashboard) gemaakt zou worden voor de gemeente Apeldoorn vanaf het ijkpunt dat gebruikt
is voor de titel. Wat vind de gemeente van dit idee en gaat zij dit ontwikkelen? Waarom
wel/niet?

Antwoord: het college onderstreept dat het niet om aantallen bomen gaat, maar om de bedekkingsgraad. Liever één boom met een volle en gezonde kroon dan drie schrille boompjes, omsloten door verharding. Een goede groeiplaats, met groeiruimte onder- en bovengronds, zorgt ervoor dat bomen tot volle wasdom kunnen komen. Zonder overlast zoals wortelopdruk of groei tegen gevels te veroorzaken. Dit duurzame principe is door de gemeenteraad vastgelegd in het Groenplan.

De commissie van EU City of Trees heeft het Apeldoornse beleid tegen het licht gehouden. Het feit dat we dit beleid goed tot uitvoering brengen, heeft Apeldoorn deze Europese erkenning gebracht. De combinatie tussen enerzijds bescherming en anderzijds innovatie werd geprezen. Apeldoorn is hierin een voorloper: de boombunker -waarvan we er inmiddels 350 hebben- is bijvoorbeeld een Apeldoornse uitvinding en vindt wereldwijd navolging.

8. Sinds 2006 kent de gemeente Apeldoorn een Groene Kluis: een compensatieregeling
waarmee bos- en natuurbestemmingen kunnen worden gerealiseerd. Hoeveel zit er nog in de
Groene Kluis en wanneer is de gemeente van plan deze middelen uit te geven?

Antwoord: momenteel zit er €169.000,- in de Groene Kluis, bestemd voor vernieuwing van het bomenbestand. Hiermee wordt in 2020 de Laan van Orden aangeplant. Dit is een belangrijke wijkontsluitingsweg die nu zeer groenarm is. Aanplant van nieuwe bomen van de eerste grootte in een goede groeiplaats draagt hier direct bij aan klimaat- en biodiversiteitsdoelen.

9. Afgelopen jaar was Apeldoorn de European City of Trees. Gaat de gemeente nog iets doen
om deze titel te vereeuwigen? Bijvoorbeeld het aanleggen van een voedselbos of een
klimaatbos?

Antwoord: het college is trots op de titel en wil deze ook in natura vereeuwigen door de aanplant van een herinneringsboom. Deze komt op een prominente plek in Apeldoorn en middels een bord of boombank maken we een verwijzing naar het feit dat Apeldoorn zich EU City of Trees mag noemen.