Schrif­te­lijke vragen over de extreme droogte en bomensterfte


Indiendatum: mei 2020

Afgelopen jaren komen er steeds vaker perioden van extreme droogte voor. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de drinkwatervoorziening en boeren, maar ook voor planten en dieren. Want door het oppompen van drinkwater en door beregening wordt water onttrokken aan het ecosysteem en dit zorgt voor een (te) laag grondwaterpeil en weinig oppervlaktewater. Dat leidt tot sterfte van o.a. bomen, vissen, reptielen, amfibieën en vlinders. Dit is vooral problematisch op hoge zandgronden, zoals op onze Veluwe.

Vorige week is bekend geworden dat o.a. door de extreme droogte eeuwenoude bomen bij paleis het Loo gekapt gaan worden. En daarnaast is op vele andere plekken ook bomensterfte. Er zijn veel zorgen over de bomenkap en bomensterfte. Zo heeft zowel de gemeente als onze fractie veel reacties gehad van bezorgde inwoners over de bomenkap bij het Loo en die signalen zijn ook bij de Stentor terecht gekomen. Er worden ook vraagtekens gezet bij de kap, hadden de bomen met ander beleid niet gered kunnen worden? Zo stelt bomenconsulent Annemiek van Loon dat de bodemverdichting door gemotoriseerd verkeer en de vele evenementen niet worden genoemd als oorzaak van de verzwakking van de bomen.

Hierover willen we graag enkele vragen stellen:

  1. Hoe groot zijn de problemen van de extreme droogte voor onder andere bomensterfte en sterfte van dieren in Apeldoorn? Wordt dit gemonitord en wat wordt hieraan gedaan?
  2. Is er een regionaal crisisplan over hoe om te gaan met extreme droogte en hoe de waterverdeling in schaarse tijden plaatsvindt? Zo ja, hoe ziet dit eruit? Zo nee, is het niet tijd om dit op te stellen met provincie en waterschap?
  3. In hoeverre is het waterbeleid in onze regio natuurinclusief (dwz houdt het rekening met planten en dieren)? Wat zou er nog verbeterd kunnen worden? En in hoeverre vindt er lobby plaats door de gemeente Apeldoorn om het regionale waterbeleid natuurinclusiever te maken?
  4. Steeds meer wetenschappers en natuurorganisaties pleiten voor een “klimaatrobuust grondwaterpeil”, wat er onder andere uit bestaat dat er rond natuurgebieden niet meer grondwater wordt onttrokken voor drinkwater of beregening, maar dat het peil verhoogd moet worden. Wat is de visie van de gemeente Apeldoorn op het grondwaterpeil en in hoeverre vindt er lobby plaats door de gemeente om onze natuur te beschermen tegen verdere verdroging onder andere door een klimaatrobuust grondwaterpeil?
  5. In hoeverre zorgen andere problemen dan droogte voor de verzwakking/sterfte van bomen in onze gemeente? En kunnen specifiek bij het Loo nog andere oorzaken genoemd worden? En welke tegenmaatregelen worden genomen? Welke tegenmaatregelen zouden er nog meer genomen kunnen worden?
  6. Wat voor maatregelen neemt de gemeente om de door droogte verzwakte bomen en dieren te helpen en niet nog verder te laten verzwakken? Bijvoorbeeld wat betreft bodemverdichting door gemotoriseerd verkeer en evenementen, zoals genoemd door de hierboven genoemde bomenconsulent, of strooizout.
  7. In hoeverre wordt er gekeken of (verzwakte) bomen nog gered kunnen worden? Wat voor maatregelen zouden genomen kunnen worden, worden deze toegepast, zo nee, waarom niet?
  8. Er vindt herplant plaats van de gevelde bomen. Hoe zorgt de gemeente er voor dat deze jonge bomen de droogteperioden wel overleven?
  9. Zijn er verder nog zaken die relevant zijn om in het kader van deze vragen te benoemen?

Maaike Moulijn

Partij voor de Dieren

Lees ook: https://www.destentor.nl/apeldoorn/eerste-twaalf-eiken-bij-de-veelbesproken-bomenkap-paleis-het-loo-gesneuveld~afa05ff6/

https://www.destentor.nl/binnenland/extreme-droogte-maak-drinkwater-duurder-bij-extra-gebruik~a98da715/

Indiendatum: mei 2020
Antwoorddatum: 16 jun. 2020

Beantwoording schriftelijke vragen Droogte en Bomensterfte

1. Hoe groot zijn de problemen van de extreme droogte voor onder andere bomensterfte en sterfte van dieren in Apeldoorn? Wordt dit gemonitord en wat wordt hieraan gedaan?

Antwoord: de droogte is, zoals in veel hogere delen in Nederland, groot en leidt tot verdroging van natuur in zijn algemeenheid. Wat we zien is een cumulatief effect op met name de bomen: de droogte van de voorgaande twee zomers heeft al geleid tot verzwakking. Dit droge voorjaar heeft daardoor een extra groot negatief effect. Dat betreft vooral de volwassen bomen. De jonge bomen doen het over het algemeen beter omdat we bij aanplant veel investeren in een goede groeiplaats. Wat betreft de sterfte onder dieren: we zien hier geen excessen. In onze bosgebieden geven we water waar nodig, bijvoorbeeld in de leemkuil waar we zorgen voor water in de kuil. Op veel plekken kunnen onze medewerkers dat zelf, bij grotere locaties met hulp van de brandweer. Zo houden we de amfibieën en reptielen (o.a. ringslang) in leven alsmede hun voortplantingsbiotoop. Ook vogels, herten, zwijnen en ander klein wild bieden we extra waterpoelen. Daarmee geven we invulling aan onze zorgplicht als beheerder.

2. Is er een regionaal crisisplan over hoe om te gaan met extreme droogte en hoe de waterverdeling in schaarse tijden plaatsvindt? Zo ja, hoe ziet dit eruit? Zo nee, is het niet tijd om dit op te stellen met provincie en waterschap?

Antwoord: (stand van zaken 2 juni 2020): De LCW (Landelijke Commissie Waterverdeling) is opgeschaald naar fase 1; dreigend watertekort. Voor het gebied van waterschap Vallei en Veluwe is er een droogteteam. Dit is nu nog niet opgeschaald. Wel worden al maatregelen genomen om meer water vast te houden mede n.a.v. de ervaringen in de voorgaande droge jaren. Het gaat dan om een beregeningsverbod uit oppervlaktewater (half mei ingesteld) en het opzetten van waterpeilen na de winterperiode (bv Apeldoorns Kanaal, enkele beken en afwateringssloten in het landelijk gebied) en ook een aangepast maaibeheer in watergangen (de zogenaamde ‘Groene Stuw’).

Voor de waterverdeling in droge tijden is er de landelijke verdringingsreeks bij dreigende tekorten. Deze wordt ook regionaal toegepast.

De kanttekening hierbij is wel dat de verdringingsreeks met name van betekenis is voor gebieden waar water ingelaten kan worden. Voor Apeldoorn zijn deze mogelijkheden beperkt door de hogere ligging. Alleen voor het Apeldoorns Kanaal kan ingelaten worden uit de IJssel, maar dient vrijwel alleen voor het peilbeheer en de natuur in het kanaal zelf.

3. In hoeverre is het waterbeleid in onze regio natuurinclusief (dwz houdt het rekening met planten en dieren)? Wat zou er nog verbeterd kunnen worden? En in hoeverre vindt er lobby plaats door de gemeente Apeldoorn om het regionale waterbeleid natuurinclusiever te maken?

Antwoord: Het waterbeleid in de regio is erop gericht om de gevolgen van droge perioden te beperken in algemene zin, waaronder ook de droogte in natuurgebieden. Hiervoor worden korte termijn-maatregelen genomen, zoals genoemd bij het antwoord op vraag 2. Parallel wordt de droogte ook bestreden met lange termijn-ingrepen. Voorbeelden zijn: het afkoppelen van regenwater en verduurzaming van drinkwaterwinningen. Zoals bekend heeft Apeldoorn een omvangrijk en succesvol afkoppelprogramma van 6 ha/jaar. Het regenwater op verhardingen wordt daarbij niet meer versneld afgevoerd via de riolering en waterzuivering (naar de IJssel), maar lokaal vastgehouden. Door infiltratie wordt het regenwater weer toegevoegd aan het grondwater. Sinds 2005 is al ca 100 ha afgekoppeld (bijna 10% van het totale aangesloten oppervlak). De doelstelling is hiermee door te gaan tot 2050.

In de afgelopen jaren zijn de drinkwaterwinningen Schalterberg en Epe verduurzaamd en geoptimaliseerd, waarbij de winning (deels) gecompenseerd wordt door de voorinfiltratie van oppervlaktewater nabij de wingebieden. Ook loopt er een proef met de peilopzet van oppervlaktewater in de wijken ten westen van het Apeldoorns kanaal. Als dit in de toekomst op grote schaal toegepast kan worden, wordt meer grondwater vastgehouden. Andere maatregelen waar we op strategisch niveau over nadenken, zijn het verondiepen van watergangen, de aanleg van spaarbekkens, het omvormen grasland naar natte hooilanden en het omvormen van de Veluwe van naaldbos naar gevarieerd loofbos. Bij deze anti-verdrogingmaatregelen met een verschillende tijdshorizon zal ook de (natte) natuur baat hebben in de vorm van hogere grondwaterstanden en toenemende kweldruk. Tevens profiteren soorten van deze maatregelen en zal dit de biodiversiteit ten goede komen. Apeldoorn werkt bij anti-verdrogingsmaatregelen nauw samen met het waterschap.

4. Steeds meer wetenschappers en natuurorganisaties pleiten voor een “klimaatrobuust grondwaterpeil”, wat er onder andere uit bestaat dat er rond natuurgebieden niet meer grondwater wordt onttrokken voor drinkwater of beregening, maar dat het peil verhoogd moet worden. Wat is de visie van de gemeente Apeldoorn op het grondwaterpeil en in hoeverre vindt er lobby plaats door de gemeente om onze natuur te beschermen tegen verdere verdroging onder andere door een klimaatrobuust grondwaterpeil?

Antwoord: Apeldoorn bevindt zich aan het begin van het watersysteem. Dit betekent dat we sterk afhankelijk zijn van de aanvulling door regenwater -in tijden van voldoende aanbod- en de beschikbare grondwatervoorraad in de bodem. De wateraanvoermogelijkheden uit oppervlaktewater zijn er niet of heel beperkt. Ook de natuur is dus aangewezen op de actuele neerslagsituatie en de actuele grondwatervoorraad. De grondwatervoorraad laat zich enigszins sturen door de maatregelen, zoals genoemd bij antwoord 2 en 3. De mogelijkheden van de korte termijn-maatregelen als een beregeningsverbod, direct aan te passen peilbeheer en maaibeheer worden al grotendeels benut. Bij de lange termijn-maatregelen worden al belangrijke stappen gezet (afkoppelen, verduurzaming drinkwaterwinning) maar nog niet alle mogelijkheden benut. Hier speelt naast het lange termijn effect ook een ruimtelijke en maatschappelijke belangenafweging. Apeldoorn, waterschap en provincie hebben hier grotendeels parallelle belangen en trekken hierin samen op in bijvoorbeeld het regionale samenwerkingsverband water Oost-Veluwe, het ASV (Aanvullende Strategische Voorraden drinkwater) en de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI).

Noot: complicerend wat betreft de klimaatscenario’s (KNMI) is dat voor de lange termijn enerzijds het klimaat natter wordt; meer neerslag op jaarbasis en zwaardere buien in de zomerperiode. Anderzijds zullen ook langdurige droge perioden vaker voorkomen. Hoe dit per saldo gaat uitpakken voor de grondwaterpeilen in de toekomst blijft moeilijk te voorspellen.

5. In hoeverre zorgen andere problemen dan droogte voor de verzwakking/sterfte van bomen in onze gemeente? En kunnen specifiek bij het Loo nog andere oorzaken genoemd worden? En welke tegenmaatregelen worden genomen? Welke tegenmaatregelen zouden er nog meer genomen kunnen worden?

Antwoord: We zien een toename van invasieve soorten, bijvoorbeeld de letterzetter die fijnsparren ten gronde richt door onder de bast het hout weg te eten. Als een boom is aangetast, is dat doorgaans fataal op zeer korte termijn. Om verspreiding van de letterzetter tegen te gaan, vellen we de betreffende boom zo snel mogelijk en herplanten we met een andere boomsoort. Hier kiezen we voor klimaatrobuuste soorten en we kiezen voor diversiteit in soort, ras en genetische oorsprong.

De eikenprocessierups is ook zo’n invasieve soort, maar is niet schadelijk voor de boom zelf. Soms zorgen rupsensoorten voor kaalvraat, wat een boom verzwakt maar meestal niet direct fataal is. De remedie tegen dit soort disbalans, is het herstellen van de biodiversiteit. Zodat we de natuurlijke vijanden in de benen helpen en houden. Hier werken we actief aan, volgens de kaders van de Ecogids.

Over de casus Paleis Het Loo: bomen hebben niet het eeuwige leven, zeker niet in nabijheid van andere functies. Doordat dit soort bomen in een open laanstructuur staan waar veel mensen onderdoor lopen, is het niet mogelijk een boom helemaal te laten “aftakelen” (veterane levensfase). De continue betreding is inderdaad van negatieve invloed op het wortelgestel. Dat is inherent aan de bezoekfunctie van Het Loo. In de vrije natuur -zonder gevaar voor de omgeving- kun je bomen echte veteranen laten worden zodat ze leeftijden van honderden jaren bereiken. De bomen bij Het Loo zijn zo lang mogelijk gezond en veilig gehouden, maar het omslagpunt is bereikt. Door herplant zorgt Het Loo ervoor dat de boomstructuren blijven bestaan, generaties lang. Dat betekent ook dat hier eens in de zoveel tijd -waarbij we denken in eeuwen i.p.v. decennia- een generatie is te maken krijgt met verjonging en daardoor tijdelijk een ijle structuur beleeft. Zie ook vraag 6 over evenementen.

6. Wat voor neemt de gemeente om de door droogte verzwakte bomen en dieren te helpen en niet nog verder te laten verzwakken? Bijvoorbeeld wat betreft bodemverdichting door gemotoriseerd verkeer en evenementen, zoals genoemd door de hierboven genoemde bomenconsulent, of strooizout.

Antwoord: wanneer de gemeente jonge bomen aanplant, krijgen deze niet alleen een goede, humusrijke dus vochtvasthoudende) groeiplaats mee. We geven ook de eerste twee jaar intensief water, minimaal wekelijks in het droge seizoen.

Zoals verwoord bij vraag 1, geven we wilde dieren extra water in onze gebieden.

In het algemeen zien we een conflict tussen evenementen onder bomen en de gezondheid van die bomen. Met name wanneer dit jarenlang het geval is, zien we oude bomen sneller achteruit gaan. Het college stelt voor om actief te zoeken naar maatregelen om dit op te lossen: zowel ruimte voor evenementen als waarborgen van de groeiplaats van bomen (en het voorkómen van intensieve betreding en belasting bij evenementen).

Het strooien van zout onder bomen proberen we zoveel mogelijk te beperken, echter staan veel van onze bomen in de berm, direct naast wegen. Op veel wegen is zout strooien noodzakelijk vanuit verkeersveiligheid. Het blijkt gelukkig dat in het voorjaar, wanneer de bomen uitlopen, veel strooizout al is uitgespoeld en zich niet meer rond de wortels bevindt. We zien weinig sterfte vanwege strooizoutschade.

7. In hoeverre wordt er gekeken of (verzwakte) bomen nog gered kunnen worden? Wat voor maatregelen zouden genomen kunnen worden, worden deze toegepast, zo nee, waarom niet?

Antwoord: in ons boombeheer gaan we altijd voor de langste levensduur, zowel vanuit ecologie, beeld als economie. Wanneer nodig brengen we extra voedingsstoffen en/of zuurstof in de grond. Watergift bij volwassen bomen blijkt niet effectief: deze bomen zijn meestal geworteld tot aan het grondwater en halen daar hun water vandaan. De droogte van de afgelopen zomers heeft effect op de grondwaterstand. Dit is een regionale opgave waar we in regionaal verband aan werken.

8. Er vindt herplant plaats van de gevelde bomen. Hoe zorgt de gemeente er voor dat deze jonge bomen de droogteperioden wel overleven?

Antwoord: zie vraag 6

9. Zijn er verder nog zaken die relevant zijn om in het kader van deze vragen te benoemen?

Antwoord: Verder zijn we in gesprek met bedrijven die vochtsensoren kunnen leveren, waarmee we kunnen monitoren hoe droog of vochtig de toestand rond bepaalde bomen is, bijvoorbeeld bij nieuwe aanplant of kwetsbare bijzondere bomen. We hebben al goed in beeld waar de waterbehoefte hoog is door onze jarenlange expertise. Sensoren stellen ons nog beter in staat heel gedoseerd water te geven, naar behoefte van de beplanting (onderdeel van Smart City).